Vertrek

Blauwe bussen zwenken door een haag van platanen. Het busstation getooid door de zomer, elke halte zijn eigen plataan. De Zwolse Oosterlaan doet zijn naam eer aan. Hordes scholieren en forensen worden opgeslokt en naar verder gebracht. De eerste ochtendspits van het jaar. Ieder in zijn rol. De raderen draaien weer. Twee meisjes steken al kwebbelend hun hand op. Nonchalant, als is er geen gevaar. Lijn 29 naar Coevorden maakt zijn eerste stop, na een meter of 10. De valreep. Wapperende krullen. Terwijl ze naar hun plaats stommelen maakt de chauffeur zijn draai naar de grote weg. Net op tijd grijpt ze een lus.… Lees verder

Fransoos

En opeens, op een mooie voorjaarsavond in het buitengebied van Zwolle zie je hem staan. Een BX. Een zilvergrijze Citroën BX. Een beetje verscholen onder een flinke eik staat hij te glimmen in het avondlicht. En aan de bloesem op de motorkap te zien staat hij er al een tijdje.

Auto’s raken mij niet, heb ik mijzelf altijd voorgehouden. De autoRAI is voor mij onontgonnen terrein. Bougies, ABS, kleppen of cilinders…het roept niets op bij mij. Een auto is voor mij wat een computer is voor de gemiddelde 70-plusser. Hij moet het doen, en verder wil ik er geen verstand van hebben.… Lees verder

Achterkant van het consumentisme

Ons land gaat gebukt onder uniformiteit. En het gekke is: we vinden het niet eens erg. Het is juist fijn. Gezinnen vinden het fijn om een IKEA in de buurt te hebben, jongeren vinden het fijn om zowel in de Koopgoot als in de Kalverstraat hun favoriete kledingmerk aan te schaffen. Op de parkeerplaatsen langs de snelwegen vinden we overal dezelfde prullenbak en op alle Nederlandse stations kun je zitten op dezelfde bankjes. Zelfs de achterkant van ons uniforme consumentisme is op veel plekken hetzelfde. Afgelopen decennia zijn er overal in Nederland afvalbrengstations verrezen. Her en der vermomd onder minder duidelijke termen als milieustraat, verzamelpunt of milieupark, maar in de kern overal hetzelfde.… Lees verder

Op de brug over de IJssel

Ik ben een passant op de IJsselbrug, de nieuwe rode Hanzeboog, die sierlijk en fel het zomerse palet van groen en blauw doorsnijdt. Ik zie het kleine veer vanuit Hattem behoedzaam draaien om stroomopwaarts aan te kunnen leggen. Ik zie het geweld van graafmachines, die stukje bij beetje de nieuwe contouren van de Buitenwaarden prijsgeven: nevengeulen, modderpoelen, kades en graslanden. Ik hoor het zoeven van de auto’s en treinen over oude en nieuwe bruggen van staal en beton. Het water, die grens van weleer, heeft voor hen geen betekenis meer. Ik zie de koeien uit de landschappen van Voerman, kalm kauwend met hun blik op de oneindige uiterwaard, zonder enig benul van de wereld achter de dijken.… Lees verder

Schaduwzijde van automatisering

Hij is onderweg naar de SOS-paal op het perron: een futuristisch ogende grijze zuil met rode en blauwe knoppen. Hij drukt op een knop en wacht. Het duurt lang. Eenzaam staat hij in de zon terwijl elke paar seconden het geluid klinkt dat om geduld vraagt.
Kaki broek, groene trui, sandalen en een hoedje. De man is zeker achter in de zeventig. Het is zaterdagavond, de zomerzon schittert in het mozaïek van letters die vertellen waar we zijn: station Ommen. Onder het mozaïek domineren de grote rode parasols van het koffiemerk ‘Segafredo’. Aan een tafeltje zit de serveerster voor zich uit te staren.… Lees verder

Ter Pelkwijkpark

Het Ter Pelkwijkpark is geen park maar een straat vlakbij het Kerkbrugje, aan de rand van het centrum van Zwolle. Er staan chique onderkomens waar voornamelijk bedrijven in gevestigd zijn. Even verderop is er een grasveld zonder naam. Hoe klein ook, het grasveldje heeft alles wat het Vondelpark ook heeft. Er staan een paar grote bomen, er is een bloemenperkje, een wandelpad en er is water op over uit te kijken. Mooi. Meer heeft een mens niet nodig. Mocht dat toch te weinig zijn, dan zijn er nog altijd de passerende fietsers die het Kerkbrugje oversteken.

Is dit soms het echte Ter Pelkwijkpark?… Lees verder

Thuisreis

‘Goed stilzitten jongen, als je beweegt ga je vallen!’ In de Wismarstraat in Zwolle staat de vader met zijn zoons, drie jongens met onschuldig blond haar. Zijn fiets, een zilvergrijs yuppenmodelletje, staat midden op straat geparkeerd. De oudste van de drie jongens heeft wiebelig plaatsgenomen op het stuurzitje, normaliter het domein van de jongste. De middelste en de jongste hebben ieder een eigen fiets, een stoere kindermountainbike. Het kinderzitje bij vader achterop is leeg. Een kinderrugzak bungelt er troosteloos aan.

De zon schijnt zoals die alleen op een warme namiddag schijnen kan. De vader veegt het zweet van zijn voorhoofd. Grote plekken sieren zijn witte overhemd bij de oksels.… Lees verder