Gewond

De stad Zwolle is gewond. Puin grind en kiezels liggen ingeklemd tussen de gracht van het centrum en de straten van Assendorp. Op de resten van het oude ziekenhuis verrijzen in grijs gasbeton alweer de contouren van nieuwe woningen. Het Dominicanenklooster kijkt er fier op neer, nog grootser dan vroeger. Wat nog rest zijn de stille getuigen van een halve eeuw ziekenhuis.

Weinig herinnert nog aan de plek van pijn, tranen, geluk, calamiteiten, warmte en zorg die dit geweest is. Op het asfalt van de straten van Groot Weezenland vind je nog in vervallen grijs de letters ‘ambulance’, met een pijl voor linksaf.… Lees verder

Drie minuten

We staren de vierbaansweg af, op zoek naar een blauwe bus. In gedachten al thuis. Vrouw, kinderen, karbonade. De tijd verstrijkt. Spleetogen turen. De zon prikt. De oranje minuten tellen af op het gitzwarte bord. Tot onze bus digitaal niet meer bestaat. Anticlimax.

Kom kom, gelukkig is er nog de echte wereld. Moedig vormen twee paar ogen weer spleetjes. Na een minuut of drie maakt de onrust zich van ons meester. Drie minuten! Drie minuten is kennelijk de marge waarbinnen de raderen van onze samenleving dienen te draaien. Drie minuten. Wat zijn drie minuten?

Na tien minuten ontstaat er een gesprek.… Lees verder

Vertrek

Blauwe bussen zwenken door een haag van platanen. Het busstation getooid door de zomer, elke halte zijn eigen plataan. De Zwolse Oosterlaan doet zijn naam eer aan. Hordes scholieren en forensen worden opgeslokt en naar verder gebracht. De eerste ochtendspits van het jaar. Ieder in zijn rol. De raderen draaien weer. Twee meisjes steken al kwebbelend hun hand op. Nonchalant, als is er geen gevaar. Lijn 29 naar Coevorden maakt zijn eerste stop, na een meter of 10. De valreep. Wapperende krullen. Terwijl ze naar hun plaats stommelen maakt de chauffeur zijn draai naar de grote weg. Net op tijd grijpt ze een lus.… Lees verder

Gelukje

Je hebt bussen die je mist en bussen die je haalt. Ik zat in een bus van de laatste categorie. Geen beter gevoel dan een gehaalde bus. Ook al heb je ruim de tijd, toch voelt het als een kleine overwinning. Die bus reed daar. En ik stond daar. Op tijd. Ik heb ’t ‘m weer geflikt.

Het is donderdagmiddag en de zon schijnt uitbundig. Mijn bus zit goed vol. Forensen kijken langs elkaar heen uit het raam of op hun telefoon. Utrecht glijdt aan mij voorbij. Het overwinningsgevoel ebt weg. Ineens is het vanzelfsprekend dat ik in deze bus Utrecht doorkruis.… Lees verder