Klaverblad

Het klaverblad is de mooiste metafoor in de taal van de snelweg. Een knisperend lichtpuntje tussen droge termen als vangrail, afrit of weghelft. De Fransen hebben de poëzie van hun ‘aires’. Wij hebben het klaverblad: Deil, Hoevelaken, Heerenveen, Zaarderheiken, Ressen, Stein, Beekbergen: vanuit de lucht gezien zijn het kleine hoogtepunten der symmetrie. Het kan niet anders of ze moeten hun oorsprong wel moeten in de natuur. Maar wie een precieze vergelijking met de natuur maakt komt bedrogen uit: het gaat hier eigenlijk om vier klaverbladen. De lussen van het knooppunt zijn elk een klaverblad. Het knooppunt zou daarom eigenlijk klavertje-vier moeten heten. Maar ja, dat is natuurlijk wat lang en past voor geen meter bij het imago van snelweg.

Het mooie aan een volmaakt klaverblad is dat je er eindeloos rondjes op kunt rijden. Ooit deed ik dat eens om aan een file te ontkomen. Ik prentte de kleur en het merk van het busje voor mij goed in mijn hoofd en nam vervolgens flierefluitend drie korte lussen in plaats van de stapvoetse flauwe bocht. Natuurlijk leverde het niet veel op, behalve boze blikken van medebestuurders: ik voegde slechts een paar auto’s voor het busje weer in. Maar het gevoel pakten ze mij niet meer af: telkens hetzelfde viaduct, dan weer onderlangs en dan weer bovenlangs passerend en de schier eindeloze bocht naar rechts, als tegenhanger van de eeuwige bocht naar links op de snelwegrotondes.

Maar het klaverblad lijkt op zijn eind te komen. Rijkswaterstaat morrelt op steeds meer plekken aan het toppunt van symmetrie op de snelweg. Fly-overs komen er voor in de plaats. Niet meteen vier, zoals op het Prins Clausplein – dat zou veel te duur zijn – maar meestal één of twee. Stuk voor stuk gaan de klaverbladen eraan. Badhoevedorp, Stein, Valburg, Ewijk: ze hebben inmiddels nog maar drie blaadjes aan hun klavertje. Andere klaverbladen zijn gewoonweg verdwenen zoals Oudenrijn bij Utrecht of Bocholtz, het knooppunt tussen Heerlen en Aken. We kunnen ons nog even vastklampen aan Hoevelaken en Beekbergen, maar ook die zullen ten prooi vallen aan het argumenten als ‘verbetering van de doorstroming’ en verkeersveiligheid. Het klaverblad sterft langzaam uit. Rijkswaterstaat lijkt zich naar de natuur te voegen. Het klavertje-drie is de norm geworden, het klavertje-vier de uitzondering.

Toen ik klein was zocht ik, zoals elk kind in grasvelden naar dat ene zeldzame klavertje vier tussen die dichte velden van driebladerige plantjes. De dag dat het raak was, was meteen goed. Het geluk was met mij. Op de snelwegen zal het straks niet anders zijn. Het passeren van een volmaakt klaverblad, ergens in het buitenland, zal een unieke ervaring worden, met een kleine endorfinestoot van geluk. En het zou zomaar kunnen dat ik dan even allevier de lussen neem, in plaats van gewoon rechtdoor te rijden.

Beeld: Louisiana, USA (Google Earth)