Drie minuten

We staren de vierbaansweg af, op zoek naar een blauwe bus. In gedachten al thuis. Vrouw, kinderen, karbonade. De tijd verstrijkt. Spleetogen turen. De zon prikt. De oranje minuten tellen af op het gitzwarte bord. Tot onze bus digitaal niet meer bestaat. Anticlimax.

Kom kom, gelukkig is er nog de echte wereld. Moedig vormen twee paar ogen weer spleetjes. Na een minuut of drie maakt de onrust zich van ons meester. Drie minuten! Drie minuten is kennelijk de marge waarbinnen de raderen van onze samenleving dienen te draaien. Drie minuten. Wat zijn drie minuten?

Na tien minuten ontstaat er een gesprek.… Lees verder

Vertrek

Blauwe bussen zwenken door een haag van platanen. Het busstation getooid door de zomer, elke halte zijn eigen plataan. De Zwolse Oosterlaan doet zijn naam eer aan. Hordes scholieren en forensen worden opgeslokt en naar verder gebracht. De eerste ochtendspits van het jaar. Ieder in zijn rol. De raderen draaien weer. Twee meisjes steken al kwebbelend hun hand op. Nonchalant, als is er geen gevaar. Lijn 29 naar Coevorden maakt zijn eerste stop, na een meter of 10. De valreep. Wapperende krullen. Terwijl ze naar hun plaats stommelen maakt de chauffeur zijn draai naar de grote weg. Net op tijd grijpt ze een lus.… Lees verder

Voor even medepassagier

Er stapt een man de coupé binnen. Onopvallend, maar niet ongezien. Schuchter neemt hij plaats in het eerste zitje naast de schuifdeuren. Hij slaat zijn benen over elkaar en neemt de omgeving in zich op. In één beweging draait hij naar het raam en begint naar buiten te staren. Het voorbijglijdende landschap weerspiegelt in zijn vierkante brillenglazen. De buitenwijken van Utrecht. Het kerkje van Harmelen, de plaats van het fatale treinongeluk zo’n halve eeuw geleden. De langgerekte polders van Oudewater en Reeuwijk.

De zon valt op het witte tafeltje tussen ons in. De trein zoemt zachtjes. Zijn kalme blik verraadt voldoening.… Lees verder

Het spitsweerzien

Utrecht Centraal is een pijpenlaatje geworden. Niet de terminal zelf. Daar baden de reizigers in ruimte en licht. Niet voor niets is de term ‘station’ vervangen door ‘OV-terminal’. Een gemiddeld hangar op Schiphol valt erbij in het niets. Uit alles moet blijken dat de reiziger nietig is. Een klein bijtje in een grote korf.

Het pijpenlaatje is het laatste stukje van de terminal dat nog moet worden verbouwd, het gedeelte tussen spoor 5 en spoor 18, waar vroeger het blauwe bord hing. Daar persen de forensen zich over houten planken door een slurf die alle uitzicht op de werkzaamheden en de rest van de samenleving ontneemt.… Lees verder

Patent op stilte

Ze zou zo een typetje van Tineke Schouten kunnen zijn: twee turven hoog, een jaar of zestien, de stem van een viswijf dat haar leven lang op de veiling staat. Ze praat plat en veel. Te veel. Temidden van drie jongemannen komt ze ’s ochtends om een uur of acht de Utrechtse tram binnenstappen, de ogen nog bol van de alcohol en misschien wel meer. Vermoedelijk snapt ze niet wat al die mensen met rugzakken, koffertjes, laptops en Blackberries zo laat op de avond nog in de tram doen.

Haar verontwaardiging is groot. Gisteren werd ze opgepakt voor geluidsoverlast. Op politiebureau ‘Paordenveld’ moest ze even in de cel.… Lees verder

Dood gevonden worden

Er ligt een vogel op spoor 2. Dood. Het was een plotselinge trein, of waarschijnlijker, de bovenleidingsdraad die na een moment van blinde paniek over het hoofd werd gezien. Een schok, een stuiptrekking en dat was het. Nu ligt hij met zijn pootjes op een grijsbetonnen dwarsligger. Zijn kopje ligt tussen de kiezels en de vleugels zijn gespreid. Het einde was abrupt, hij heeft er niets meer van meegekregen. Gelukkig maar.

De reizigers op station Amsterdam-Zuid bekommeren er zich niet om. Ze kijken op hun telefoon of speuren in de verte, ongeduldig wachtend op hun verbinding, de trein naar huis. Op de Zuidas is de dood ver weg: het gonst er van het leven.… Lees verder

Gelukje

Je hebt bussen die je mist en bussen die je haalt. Ik zat in een bus van de laatste categorie. Geen beter gevoel dan een gehaalde bus. Ook al heb je ruim de tijd, toch voelt het als een kleine overwinning. Die bus reed daar. En ik stond daar. Op tijd. Ik heb ’t ‘m weer geflikt.

Het is donderdagmiddag en de zon schijnt uitbundig. Mijn bus zit goed vol. Forensen kijken langs elkaar heen uit het raam of op hun telefoon. Utrecht glijdt aan mij voorbij. Het overwinningsgevoel ebt weg. Ineens is het vanzelfsprekend dat ik in deze bus Utrecht doorkruis.… Lees verder