Jane Jacobs in Apeldoorn

Er is niemand op straat in het Boomblauwtje. Het is twaalf uur ’s middags in Zuidbroek, Apeldoorn. De witte muren nog fris van de oplevering, pikzwarte leistenen daken in scherpe punten. Af en toe steekt één puntdak eigenwijs af tegen het lange zadeldak. Spontane architectuur: we smullen ervan tegenwoordig. Weg met de eenvormigheid. Leve de afwijking!

De achtertuinen grenzen aan een enorme binnenplaats, waar ook de parkeerplaatsen zijn en een kleine speeltuin. De woningen liggen met hun rug naar elkaar toe. Zo kijk je niet bij elkaar naar binnen, maar is er wel ruimte voor ontmoeting. Spelende kinderen. Spontaniteit. Touwtjes in de brievenbus zijn niet nodig.… Lees verder

Verwachting

Ze wachten met z’n tweeën. Hangend over het stuur van hun meisjesfietsen. Grote manden voorop. Dikke schooltassen erin. De blikken zijn licht verveeld, maar toch vol verwachting.

Het hoort bij de spandoeken waarop in grote letters staat dat “de scholen weer begonnen zijn”; Scholieren, strategisch op een hoek van de straat, wachtend op hun klasgenoten. In de brugklassen ontstaan nieuwe vriendschappen, op basis van postcode. Groepen groeien, van twee naar drie, naar zes of soms nog meer scholieren. Kleine stroompjes scholieren worden grotere. Een colonne ontstaat, drommend nabij de fietsenhokken van de nieuwe grote school. Gesprekken worden gevoerd. Over muziek. Over de eerste stappen in de liefde.… Lees verder

Tegen de stroom in

Dinsdagmiddag. Door de Van Karnebeektunnel fietst een grootvader. Kleindochter knijpt in opa’s jas. Haar ogen glijden langs de muurschilderingen. Kleinzoon fietst ernaast, dapper trappend door het donkere gat dat Zwolle-Zuid met de binnenstad verbindt.

Een opa in functie, zoveel is duidelijk. Dit is die ene dag in de week dat hij bijspringt om het gat in het weekschema van zijn kinderen op te vullen. De dag waarin hij even een rustpunt kan zijn in de maalstroom van het jachtige bestaan van een jong gezin en met aandacht en toewijding zijn taak kan volbrengen. De kleinkinderen wegbrengen. De kleinkinderen ophalen. De kleinkinderen vermaken.… Lees verder

Pieter Roelf

In mijn jongensjaren was er een jongen uit Groningen: Pieter Roelf. Vanaf een jaar of 8 stond ik met ‘m op en ging ik met ‘m naar bed. Zijn boeken, kleine en grote, viste ik uit de grote boekenkast van mijn ouders en nam ik mee naar mijn jongenskamer, waar ik ze avond aan avond verslond. Pagina voor pagina spelde ik uit. Toen ik achttien was had ik geld genoeg om zelf zo’n boek te kopen. Glimmend stapte ik de boekhandel uit met een nieuwe druk van Pieter Roelf.… Lees verder

Opladen

De vooruitgang heeft ook Zutphen bereikt. Zutphen heeft een tappunt. Het staat op de Overwelving, de plaats waar de binnenstad het riviertje de Berkel raakt. Het tappunt staat vlak naast de C&A, die met zijn gebouw – zoals op zoveel plekken – flink detoneert. Het stelt niet veel voor: een paal met een stopcontact, met een blauw plaatje van een mobieltje en een tablet erop, in de NS-pictogrammenstijl. Hier kun je even opladen, op kosten van de maatschappij.

Maar waarom een tappunt in het centrum? Je zou denken dat een telefoon best voor even onmisbaar is, en dat een batterij van een elektrische fiets voldoende moet zijn om even naar de binnenstad te kunnen fietsen.Na enkele minuten arriveert er een man met het antwoord.… Lees verder

Jannendorp

Vanuit Achterveld rijd je zo Jannendorp in. Jannendorp is eigenlijk geen dorp, maar een straat. Het blauwe bord met witte letters wijst genoegzaam de weg. Graslanden maken plaats voor een enkele boerderij. De huizen volgen elkaar sneller op, meestal verscholen in het groen. En voor het goed en wel op gang gekomen is, is daar het eind van de straat en ligt daar de Emelaarsweg, waarvan het maar de vraag is of die nog bij Jannendorp hoort.

Aan het einde van het Jannendorp staat een ouderwetse waslijn in een tuin. Een roestige paal steekt uit het gras. Drie lange lijnen verbinden de paal met de dakgoot, een paar meter verderop.… Lees verder

Spontaan

In Arnhem is spontaan een feestaardvarken uit de lucht komen vallen. Het logge beest ligt met zijn rug in het zand op een vergeten hoekje in het centrum van Arnhem, tegenover de bibliotheek. Zijn rode poten en snuit steken de lucht in als teken van totale overgave. Je moet er maar opkomen als kunstenaar, een feestaardvarken. Het beeld is opgesierd met een feesthoedje van grofweg een meter lang, compleet met elastiek voor onder de kin. Het kunstwerk stemt mij vrolijk. Er is nog hoop. Een kunstenaar heeft hier een prachtige kans verzilverd. Het Feestaardvarken is de handtekening van een gedurfde creatieve geest en een stadsbestuur met lef, en dat past Arnhem wel.… Lees verder