Tegen de stroom in

Dinsdagmiddag. Door de Van Karnebeektunnel fietst een grootvader. Kleindochter knijpt in opa’s jas. Haar ogen glijden langs de muurschilderingen. Kleinzoon fietst ernaast, dapper trappend door het donkere gat dat Zwolle-Zuid met de binnenstad verbindt.

Een opa in functie, zoveel is duidelijk. Dit is die ene dag in de week dat hij bijspringt om het gat in het weekschema van zijn kinderen op te vullen. De dag waarin hij even een rustpunt kan zijn in de maalstroom van het jachtige bestaan van een jong gezin en met aandacht en toewijding zijn taak kan volbrengen. De kleinkinderen wegbrengen. De kleinkinderen ophalen. De kleinkinderen vermaken.… Lees verder

Opladen

De vooruitgang heeft ook Zutphen bereikt. Zutphen heeft een tappunt. Het staat op de Overwelving, de plaats waar de binnenstad het riviertje de Berkel raakt. Het tappunt staat vlak naast de C&A, die met zijn gebouw – zoals op zoveel plekken – flink detoneert. Het stelt niet veel voor: een paal met een stopcontact, met een blauw plaatje van een mobieltje en een tablet erop, in de NS-pictogrammenstijl. Hier kun je even opladen, op kosten van de maatschappij.

Maar waarom een tappunt in het centrum? Je zou denken dat een telefoon best voor even onmisbaar is, en dat een batterij van een elektrische fiets voldoende moet zijn om even naar de binnenstad te kunnen fietsen.Na enkele minuten arriveert er een man met het antwoord.… Lees verder

Thuisreis

‘Goed stilzitten jongen, als je beweegt ga je vallen!’ In de Wismarstraat in Zwolle staat de vader met zijn zoons, drie jongens met onschuldig blond haar. Zijn fiets, een zilvergrijs yuppenmodelletje, staat midden op straat geparkeerd. De oudste van de drie jongens heeft wiebelig plaatsgenomen op het stuurzitje, normaliter het domein van de jongste. De middelste en de jongste hebben ieder een eigen fiets, een stoere kindermountainbike. Het kinderzitje bij vader achterop is leeg. Een kinderrugzak bungelt er troosteloos aan.

De zon schijnt zoals die alleen op een warme namiddag schijnen kan. De vader veegt het zweet van zijn voorhoofd. Grote plekken sieren zijn witte overhemd bij de oksels.… Lees verder

Roestverzamelaars

Een wit busje stopt in de Jan van Galenstraat. Het is een politiebusje met een laadbak vol oude fietsen. Twee dienders stappen uit. Een Surinaamse man met nog zo’n echte bromsnor en zijn Hollandse collega, beiden van het lijvige soort. Het is duidelijk wat de bedoeling is.

Opschonen. Zuiveren. Verwijderen. Een edele taak.

Precies voor mijn terras is het leidend voorwerp gauw gevonden. Een krom wiel, platte banden en het frame bruin van de roest. Het wrak was mij totaal niet opgevallen, maar deze mannen hebben er duidelijk oog voor. Deze agenten stralen bovendien gezag uit, ook al zijn ze niet uit op een heterdaadje.… Lees verder

Hanekamp


Ze staan samen voor het stoplicht in de Luttenbergstraat: moeder en dochter. Het is zo’n stoplicht waar de fiets een eigen strookje heeft voor rechtdoor, en ééntje voor rechtsaf. Tussen de auto’s staan ze te wachten. De zon spiegelt op de motorkappen. Het is het eind van de ochtend en het is warm.

De moeder is meer vrouw dan moeder. Ze heeft donkerrood krullend haar, met licht blonde plukken erin. Hippe zonnebril. Haar jurkje wappert in de zomerbries. Haar rechter bh-bandje zit halverwege de schouders één keer gedraaid. Ik denk dat dat het is wat haar meer vrouw dan moeder maakt.… Lees verder

De rode brug

Ik fiets op de brug bij Hattem. De grote rode, sierlijke spoorbrug over de IJssel die de naam ‘Hanzeboog’ heeft gekregen. Het doet Amerikaans aan. Een groot stalen bouwwerk, geschilderd in brandweerrood. Dit is een brug met hoofdletter B. Een robuust stuk staal dat je over de brede, glinsterende rivier naar huis brengt. Daniël Lohues schreef er een liedje over, “Ten Oosten van de Iessel”, dat des te meer van toepassing is op dit rode gevaarte:

“En be’j de brugge ienmoal over dan be’j zowat weer thuus”

en dat geldt dan voor “Silvolde in ’t Zuuden tot an Delfziel in het Noorden”, oftewel iedereen die via Zwolle naar het noorden/oosten van het land reist.… Lees verder

Van Karnebeekstraat

Maandagochtend, en het is stil in de van Karnebeekstraat in Zwolle. De straat vormt de grens tussen de stationsbuurt en Assendorp, al zie je dat niet. Het is vooral een doorgaande route voor fietsers, van en naar Zwolle-Zuid. Verderop ligt de Van Karnebeektunnel, die weer overgaat in het Van Karnebeekpad.
Zo simpel is het.
Hier fietsen studenten laat in de avond en vroeg in de morgen, zwabberend op hun brikkies. Het kraken van de pedalen echoot tegen de 19e eeuwse panden.
Hier fietsen moeders met hun kroost, op weg naar de stad om inkopen te doen. Grote manden voorop het stuur en een hand op de schouder van de jongste.… Lees verder