Carnaval der dieren (2)

De donkere dagen voor kerst zijn weer aangebroken. De bussen zijn niet blauw maar grijs, hun oranje letters steken fel af tegen het ochtendgloren. De kou snijdt door mijn spijkerbroek. En vanavond, als alles zich omgekeerd voltrekt, zal het niet anders zijn. Het dagelijks transport heeft zich verplaatst naar de donkerte.

Eén van de lampen van het busstation flikkert een paar keer en laat nog meer donkerte achter. Ik weet zeker dat een ambtenaar zich komende week druk zal gaan maken om die lamp. Want de dagelijkse forensen dienen verlicht te zijn. Ze hebben het hard nodig, deze dagen.

Terwijl de hemel oranje kleurt achter de oude blauwe vakwerkbrug krijsen een paar meeuwen om een oude boterham: hun ontbijt.… Lees verder

Carnaval der dieren

Het carnaval der dieren is nooit ver weg. Ook niet in Vaassen. Mijmerend rijd ik over de Kanaalweg. Een gangetje van 60 kilometer per uur is een prima snelheid om de dingen die vandaag komen gaan te overdenken. Op de radio klassieke muziek. Rechts van mij zicht op het Apeldoorns Kanaal. Beter kan de werkdag niet beginnen.

En net als ik in spanning wacht tot de volgende plaat wordt afgekondigd – het is altijd een sport om te raden wat je hoort op radio 4 – wordt mijn bubbel verstoord door een stoet ganzen. Van rechts naar links willen ze oversteken.… Lees verder

Polderstad geeft lucht ?!

Hij landt met veel uiterlijk vertoon op het spiegelende water. Koninklijk. Zijn zwarte zwemvliezen verdwijnen langzaam in het wit kolkende water. Spetters schitteren in de zon. Het statige dier mindert vaart tot ook zijn witte staartveren het water raken. Het remmen gaat langzaam over in zwemmen. Het dier schikt zijn vleugels. Kalmte keert terug. Op de achtergrond klinken vliegtuiggeluiden en onduidelijk gepraat tussen piloten. Snowy White zingt ‘Bird of Paradise’. Wat een prachtlied. Wat een prachtbewegingen. De natuur in volle glorie. Onaanraakbaar.

Ik heb het over de KLM-reclame uit de jaren ’90. Altijd als ik een zwaan ontmoet, schieten de beelden door mijn hoofd en klinken direct de twijfelende gitaarklanken van de intro van dat lied: ‘So we’re flying by…’

Zo ook op een gewone zondagmiddag in Lelystad.… Lees verder

Dood gevonden worden

Er ligt een vogel op spoor 2. Dood. Het was een plotselinge trein, of waarschijnlijker, de bovenleidingsdraad die na een moment van blinde paniek over het hoofd werd gezien. Een schok, een stuiptrekking en dat was het. Nu ligt hij met zijn pootjes op een grijsbetonnen dwarsligger. Zijn kopje ligt tussen de kiezels en de vleugels zijn gespreid. Het einde was abrupt, hij heeft er niets meer van meegekregen. Gelukkig maar.

De reizigers op station Amsterdam-Zuid bekommeren er zich niet om. Ze kijken op hun telefoon of speuren in de verte, ongeduldig wachtend op hun verbinding, de trein naar huis. Op de Zuidas is de dood ver weg: het gonst er van het leven.… Lees verder

Loyaliteit tussen golfplaten

Slecht nieuws voor de duiven van het Jaarbeursplein. Diner 66 is niet meer. Platgegooid. Neergehaald. Gestript. Gesloopt. Diner 66, een hamburgertent die draait op hongerige dagjesmensen onderweg van jaarbeurs naar station, staat recht tegenover het Beatrixtheater. Kom je omlaag vanaf het station, dan kun je er niet omheen. Een hutje van grijze golfplaten. De letters ‘Diner’ in vaalrood op het dak, door fietsen en taxi’s omringd. Binnen is het één en al Wild West. Rode zachte zittingen, zwartwit geblokte prints, RVS tafeltjes en vage bordjes aan de muur die, inderdaad, langs de Route 66 niet hadden misstaan.

Nu liggen de stalen golfplaten troosteloos op de grond.… Lees verder